Banner stratenplan

Het is fijner samenleven in je wijk, als je zelf invloed hebt op je leefomgeving

“Onderzoek wijst uit dat elkaar ontmoeten, elkaar beter leren kennen, samen dingen ondernemen en naar elkaar omzien voor mini-geluksmomenten zorgt. En ook bijdraagt aan een gevoel van veiligheid in de buurt” . Dat stelt Lou Repetur (programmadirecteur Movisie) tijdens het Jaarcongres Stedelijke Transformatie. “Bij gebieden die nieuw worden ontwikkeld, is het daarom goed toekomstige inwoners invloed te geven op hun leefomgeving. Liefst al voordat ze er gaan wonen, zo werk je al gemeenschapszin voordat mensen samenleven.” Met enkele praktijkvoorbeelden laat ze zien hoe je dat kunt doen.

Lou Repetur, programmadirecteur bij kennisinstituut voor sociale vraagstukken Movisie, is optimistisch. “In het rijks- en lokaal beleid is er steeds meer aandacht voor het tijdig versterken van de gemeenschapszin in buurten en wijken. En niet pas op het moment dat een buurt of wijk als kwetsbaar wordt ervaren. Je moet natuurlijk oppassen dat je ‘werken aan de sociale basis’ niet als duizend-dingen-doekje presenteert. Maar het is goed om te zien dat er weer meer aandacht is voor het collectief, na een lange periode van individualisering. Laat mensen meedenken, meedoen en meebeslissen bij het vormen van hun wijk. Als bewoners zeggenschap hebben over hun leefomgeving, werpt dat op tal van fronten zijn vruchten af. Het zorgt voor een fijne, leefbare buurt en wijk, voor een groter gevoel van veiligheid én – minstens zo belangrijk – voor meer en betere onderlinge contacten tussen buurtbewoners. Het proces, waarin mensen zeggenschap krijgen over hun leefomgeving is vaak nog belangrijker dan het resultaat. Hoe fijn de buurt ervaren wordt hangt dus meer af van ieders gevoel van zelfregie, dan van hoe mooi de speeltoestellen in de wijk zijn”.

Fijn samenleven ontstaat niet vanzelf, zeker niet in onze multi-diverse samenleving, waar de polarisatie toeneemt, evenals de verschillen tussen rijk en arm. “Mensen leven in hun eigen bubbels, dat is lastig te doorbreken. Tegelijkertijd zien we dat mensen naar elkaar toegroeien als ze zelf, met buurtgenoten, invloed kunnen uitoefenen op hoe hun wijk en leefomgeving wordt ingericht.”

Praktijkvoorbeeld: vogelvlotjes bouwen in Amstelveen

Vaak leiden spontane initiatieven van bewoners tot iets moois. “In Amstelveen kent een wijk heel veel parken en slootjes. Daar besloot een groep actieve inwoners om met basisscholen en ouderen uit de buurt vogelvlotjes te gaan bouwen, waar watervogels in de wijk ongestoord kunnen broeden en schuilen. Ouderen, de docenten en kinderen gingen ermee aan de slag, een kunstenaar en de afdeling groen van het wijkteam van de gemeente haakten aan. De gemeente besloot op enkele plekken waar de vlotjes stonden om banken te plaatsen. Lokale media deden verslag van de feestelijke ingebruikname. En kort daarna organiseerde het verzorgingstehuis een excursie langs de vlotjes. Sindsdien keren enthousiaste vogelaars er regelmatig terug om er vogels te spotten. En inmiddels is er een wandelroute waar ouderen uit de wijk geïnteresseerden rondleiden. Dat dit kneuterige initiatief zoveel impact zou opleveren, had geen wijkprofessional of gemeenteambtenaren vooraf kunnen bedenken!”

Bewoners vinden het fijn als ze in hun speeltuin of wijkmoestuin, rond het voetbalveld, in het buurthuis of wijkcafé terugzien wat ze belangrijk vinden.” Plekken waarvoor je geen sleutel nodig hebt om binnen te komen, noemt Lou dit. “Als ze daar samen over mee kunnen denken of ook zelf iets aan kunnen bijdragen, is dat goed voor de onderlinge relaties en de gemeenschapszin in de buurt of wijk.” Dat zijn ontwikkelingen en lessen die ook zeker in nieuwbouwwijken gelden.

Praktijkvoorbeeld: nieuwe bewoners zetten zich vrijwillig in voor buurt(genoten)

In de L-Flat in Zeist, de grootste van ons land, is geëxperimenteerd met gerichte woningtoewijzing. Daarbij kregen 35 mensen die zich minimaal 10 uur per maand vrijwillig willen inzetten voor de buurt en haar bewoners voorrang. De impact van hiervan overtrof alle verwachtingen. Er kwamen activiteiten voor kinderen, buurtgenoten vieren samen het ramadanfeest en bewoners met groene vingers zorgen zelf voor het onderhoud van plantsoen en buurt. Daardoor leerden buurtgenoten elkaar kennen, is er meer contact en doen steeds meer mensen mee. Bewoners zien meer naar elkaar om, de eenzaamheid en het gevoel van onveiligheid namen af, de zelfredzaamheid nam juist toe. Ook het imago van de buurt is verbeterd: meer mensen willen er wonen.

Vier tips

  • Zet in op participatie van en samenwerking tussen de bewoners, ook in zogenaamde kwetsbare wijken en buurten.
  • Zoek en benut de relevante ‘hulpbronnen’ in de wijk, zoals wijkvaders en -moeders en andere actieve bewoners en bewonersinitiatieven.
  • Stop het hiërarchisch denken over domeinen: nog te vaak staat het fysieke domein hoger aangeschreven dan het sociale domein. In wijken draait het niet alleen om stenen, maar vooral om mensen: zij maken het verschil.
  • Ontschot ook de financiële middelen. Bundel geldstromen uit nationale en lokale programma’s, spuks etc. en zet ze integraal in.

Meer weten over dit onderwerp?