"Het loont om de handen ineen te slaan"

Interview met Patrick Janssens, schepen Wonen en Stadsontwikkeling Antwerpen

“Gebiedstransformatie gaat niet om de stenen, maar om de impact voor de mensen.” Dat stelt Patrick Janssens, schepen Wonen en Stadsontwikkeling in Antwerpen. Tijdens het Jaarcongres Stedelijke Transformatie spreekt hij over samenwerking en het bundelen van middelen voor stedelijke transformatie. Janssens beschrijft veel overeenkomsten met Nederlandse gebiedstransformatie, maar ziet ook verschillen.

Volgens het Strategisch Ruimteplan willen jullie van Antwerpen de meest leefbare stad van Vlaanderen maken. Wat zijn daarbij de uitdagingen?

“Klimaatrobuustheid is voor een stad gelegen aan de Schelde een belangrijke uitdaging, die jullie in Nederland ook niet onbekend is. Als havenstad aan een getijdenrivier moeten we ons wapenen tegen toenemende overstromingsrisico’s. We integreren die opgave met transformatie van zeven kilometer aan Scheldekaaien. Jarenlang was dat een grote parking, nadat de kaai haar functie als aanmeerplek voor schepen verloor. De eerste delen zijn opnieuw ingericht en bewoners vinden opnieuw hun weg naar het water.

Ook leefbaarheid is een uitdaging. Het Strategisch Ruimteplan Antwerpen zet in op drie thema’s: de levendige woonstad, het veerkrachtig landschap en de slimme netwerkstad. In transformatiegebieden bouwen we niet alleen woningen, maar zorgen we voor een mix van functies en kwalitatief publiek domein. Een woonwijk mag geen slaapstad zijn; er moet leven zijn, met voorzieningen en werkplekken op wandelafstand. We verdichten op plekken die goed bereikbaar zijn met openbaar vervoer en fiets.”

Welke gebiedstransformaties zijn op dit moment het meest ingrijpend voor de stad?

“Met het project ‘over de Ring’ worden noodzakelijke infrastructuurwerken met een kwalitatieve afwerking gecombineerd, in dit geval door gedeeltelijke overkappingen van die nieuwe ringsnelweg, wat ruimte biedt voor een verbindende groenzone. De Ring loopt door dichtbevolkte buurten, dus dat zal sterk bijdragen aan de leefbaarheid. Maar voordat we daarvan de vruchten plukken, moeten we nog wel door een periode van ingrijpende bouwwerkzaamheden. Wat daarbij nodig is, is de samenwerking met hogere overheden én burgerbewegingen: bovenlokale weginfrastructuur en waterkeringen behoren niet tot onze bevoegdheden en voor projecten van deze schaal is draagvlak van de bevolking cruciaal. Dit project toont dat de handen in elkaar slaan loont. Zo kunnen we die noodzakelijke investeringen inzetten als een hefboom voor gebiedstransformaties.

De afgelopen decennia maakten we de stad opnieuw aantrekkelijk om er te wonen. Dat zorgt voor een positief investeringsklimaat. Die investeringen willen we richten op kwalitatieve verdichtingsprojecten op de juiste locaties in de stad. Ik zie het als onze verantwoordelijkheid om te bewaken dat in die projecten steeds aandacht is voor voldoende sociaal en betaalbaar wonen. We zorgen voor integratie van sociaal en betaalbaar wonen in nieuwe projecten, maar investeren ook in de transformaties van enkele sociale woonwijken, om echt in te grijpen op de kansen voor de meest kwetsbare bewoners van onze stad. Bijvoorbeeld op het modernistisch ensemble van Europark op Linkeroever, waar 2.700 sociale woningen zijn voorzien. We werken aan een masterplan om de sociale mix te verhogen, andere functies te verweven en de relatie tussen de woningen, het publiek domein en de ruimere omgeving te verbeteren.”

Op welke gebiedstransformatie zijn jullie het meest trots?

“Als het over trots gaat, denk ik niet aan stenen, maar aan de impact op mensen. Park Spoor Noord is zo’n voorbeeld: op een oud rangeerstation is een park gerealiseerd. Dat park heeft de buurt veranderd. In de zomer is het écht de trekpleister van de ruime omgeving. Een klein deel van dit gebied is bebouwd. Hier is het Stuivenbergziekenhuis naartoe verhuisd. Dat geeft ruimte voor transformatie van de oude locatie van dat ziekenhuis. We willen deze plek grondig ‘ontpitten’, dus gebouwen slopen om de dichtbebouwde Stuivenbergbuurt opnieuw ademruimte te geven. Momenteel zijn er gesprekken met verschillende stedelijke diensten en externe maatschappelijke functies zoals een verpleegschool om een plek te krijgen op deze site. Een uitdagende puzzel, zowel ruimtelijk als financieel. Waarbij we middelen willen bundelen om van deze plek echt een katalysator voor de ruime buurt te maken.”

Met welke partners werkt Antwerpen samen bij de gebiedstransformaties?

“We hebben een aantal aan de overheid gelieerde partners. AG Vespa is het autonoom gemeentebedrijf, waarmee we zelf dus een actieve rol kunnen spelen. AG Vespa kan grondregie opnemen, samenwerken met private ontwikkelaars en zelf ontwikkelen. Ook Woonhaven, onze sociale huisvestingsmaatschappij, is een belangrijke partner. Met 24.000 sociale woningen hebben we op heel wat plekken grote eigendomsposities die een enorme hefboom voor gebiedstransformatie kunnen zijn. We realiseren in Antwerpen dus een belangrijk deel van het woonbeleid zelf en als schepen ben ik voorzitter van deze sociale huisvestingsmaatschappij. Ik begrijp dat een Nederlandse wethouder voor sociale bouw vaak afhankelijk is van onafhankelijke woningcorporaties.”

Hoe werken jullie samen met private ontwikkelaars bij gebiedstransformaties?

“Het initiatief voor ontwikkeling ligt vaak bij private spelers. We nodigen ontwikkelaars actief uit om voorafgaand in overleg te gaan. Onze transformatieleidraad is daarbij een soort kwaliteitskompas. Het geeft richting om verdichting te combineren met kwaliteitsverhoging, zoals doorwaadbaarheid of publiek toegankelijk groen. In onze dialoog met deze ontwikkelaars kijken we naar specifieke noden van de buurt, om samen tot een project te komen met maatschappelijke meerwaarde. Mijn rol als schepen van Stadsontwikkeling is vooral die van een onderhandelaar. Via ons vergunningenbeleid, de transformatieleidraad en met inzet van de Stadsbouwmeester zorgen we dat projecten over heel de stad kwalitatief begeleid worden, of het nu om eigen projecten gaat of van externe partijen.”

Hoe worden inwoners betrokken?

“In Antwerpen heeft elk goed project ook een burgerbeweging zeggen we wel eens al lachend. Bij elk project is het zoeken naar de manier waarop burgers betrokken kunnen worden: soms gaat dat over regelmatige infomomenten, soms worden actieve bevragingen gedaan en soms zitten de burgerbewegingen aan de ontwerptafels. Bij de Ringzone is de relatie tussen de stad en de burgerbewegingen sterk geprofessionaliseerd. Dat versterkt ook het draagvlak.”

Wat kunnen wij in Nederland van Antwerpen leren en vice versa?

“Wat wij in Antwerpen van Nederland leren – en blijven leren – is de kracht van integrale planning en de lange termijnvisie. Jullie durven een lijn te trekken en die 20 jaar vast te houden. Andersom denk ik dat Nederlanders van Antwerpen kunnen leren wat ‘flexibiliteit’ en ‘ontwerpend onderzoek’ kan opleveren. Antwerpse stadsontwikkeling is vaak iets organischer, iets ruwer misschien, maar daardoor soms ook creatiever en verrassender. Onze dialoogmodellen met burgers, kwaliteitsbewakers zoals een Stadsbouwmeester, private ontwikkelaars kunnen daarin mogelijk inspireren.”

Meer weten?

Bekijk het Strategisch Ruimteplan Antwerpen

Patrick Janssens is een van de keynote sprekers tijdens het 9e Jaarcongres Stedelijke Transformatie op 14 april a.s. in Tilburg.

Heb je je nog niet aangemeld? Doe dat dan snel, want de belangstelling is groot.