"Grenzeloos samenwerken begint bij versterken van buurten"
Interview met Ingrid Janssen, lector Duurzaam Gebouwde Omgeving
“Er lag de afgelopen jaren veel nadruk op versnellen vanwege de woningbouwopgave en de klimaatdoelen. Maar dat lukt niet zonder eerst buurten en bewoners te versterken.” Dat stelt Ingrid Janssen, lector bij de Avans Hogeschool. Tijdens het Jaarcongres Stedelijke Transformatie spreekt ze over grenzeloos samenwerken om te komen tot een toekomstbestendige gebouwde omgeving. Daarop vooruitlopend stelden we haar een paar vragen.
Het jaarcongres is in de LocHal in Tilburg. Wat vind jij van die locatie?
“Het is een fantastische plek die goed aansluit bij het thema. De voormalige werkplaats in de Spoorzone is omgebouwd tot centrum voor kunst, cultuur en ontmoeting. Met de verhuizing van een aantal onderwijsinstellingen en de bibliotheek is dit gebied echt gerevitaliseerd. In het verlengde daarvan is ook het Spoorpark aangelegd. Een van de grootste burgerinitiatieven van Nederland. Ik vind het echt lef van de gemeente Tilburg dat ze ervoor hebben gekozen om dit als park te behouden. Op een plek waarop economische druk ligt, en waar je ook een woonprogramma of economische functies had kunnen laten landen. Je hebt lucht en ruimte nodig om een gezonde, leefbare, urbane stad te ontwikkelen.”
Je bent lector Duurzaam Gebouwde Omgeving. Wat houdt dat in?
“Van oorsprong ben ik bouwkundige en ik heb twaalf jaar bij TIAS School for Business and Society gewerkt. Vanuit de vastgoedpraktijk ging dat over grondexploitaties, rendement en risico. Duurzaamheid is erbij gekomen, maar niet als een integrale manier van denken. Echt duurzaam denken over gebiedsontwikkeling betekent een andere, toekomstgerichte mindset. Vraagstukken in de gebouwde omgeving zoals woningtekort en verduurzaming vragen om het slim verknopen van kennis uit verschillende disciplines. Wat wij met ons praktijkgerichte onderzoek ophalen, zijn tools die je bij gebiedsontwikkeling kunt inzetten.”
Je gebruikt liever de term toekomstbestendig dan duurzaam?
“Bij duurzaamheid gaat het vaak om de fysieke kant, zoals energielabels verbeteren. Toekomstbestendig benadrukt een gebouwde omgeving met oog voor toekomstige generaties, opgewassen tegen klimaatveranderingen en met een menselijke maat. Elke beslissing die wij nemen in de gebouwde omgeving, heeft enorme consequenties voor een lange periode. Mijn lectoraat gaat over de vraag hoe wij als professionals écht kunnen denken aan die toekomstige generatie terwijl ons businessmodel daar nog niet op geënt is. Publieke en private partijen moeten elkaar langer vasthouden om alle ambities aan boord te houden. En niet als de grondexploitatie is doorgerekend de extra investeringen in duurzaamheid en maatschappelijke voorzieningen weer schrappen. Ik zie het als mijn taak om daarvan goede voorbeelden te delen en learning communities op te richten.”
Welke aspecten zie jij bij grenzeloos samenwerken?
“Het gaat bijvoorbeeld om grenzen tussen domeinen. Bij gebiedsontwikkeling zitten in eerste instantie vooral mensen uit de fysieke en planeconomische hoek aan tafel. Maar het is echt belangrijk dat ook sociale domeinen zoals gezondheid en welzijn in een vroeg stadium aansluiten. Soms gaat het bij verduurzaming ook letterlijk over ruimtelijke grenzen. Oplossingen voor duurzame energie kun je maar zelden binnen je perceelgrens realiseren. Dat speelt bijvoorbeeld voor woningcorporaties. Om meergezinswoningen duurzaam te kunnen verwarmen, moet je op zoek naar samenwerkingen in de buurt. Kun je bijvoorbeeld gebruikmaken van restwarmte van lokale bedrijven? Of een buurtbatterij delen?”
Je stelt dat de wijk het beste schaalniveau is voor een duurzame transitie. Waarom?
“We komen uit een wereld waarin we heel veel in de systeemwereld hebben willen oplossen. Bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving kunnen belangen, regels, gewoontes en technologieën conflicteren. Er is dan sprake van botsende systemen die een belangrijke verklaring vormen voor het stroeve verloop van verduurzamingsprocessen. Als je echt een duurzaam toekomstbestendige gebouwde omgeving wilt, kun je niet anders dan afdalen naar het gebied waar al mensen wonen, werken, leven. Dat is waar de systeemwereld en leefwereld elkaar raakt.”
Jouw uitgangspunt is eerst versterken, dan versnellen. Kun je dat toelichten?
“De nadruk ligt de laatste jaren erg op versnellen om de woonopgave en de klimaatdoelen te halen. Maar we moeten eerst werken aan sterke gemeenschappen. Anders krijg je geen draagvlak om die hele transitie voor elkaar te boksen. Het gaat om de sociale waarde van een ontwikkeling, met oog voor de mensen die uiteindelijk die duurzaam gebouwde omgeving moeten omarmen. Door verbinding te zoeken met de mensen die er al wonen, de ondernemers die er al werken en echt de dialoog aangaan over de kansen die zij zien van een gebiedsontwikkeling. Daarvoor moet je over de domeinen heen durven denken en andere businessmodellen maken om de gemeenschappelijkheid te vinden. Pas dan kun je opschalen en versnellen.”
Hoe doe je dat dan?
“We ontwikkelen instrumenten om dat co-creatieproces vorm te geven. Bijvoorbeeld het co-living lab in het Kenniskwartier in Tilburg. Het is mijn droom dat mijn studenten die wijk ingaan en mensen meenemen. Dat heeft dan twee kanten. Je geeft mensen een stem en je leert die professional van de toekomst daadwerkelijk in contact te komen met de mensen waarvoor je het uiteindelijk gaat bouwen. Dat is ook letterlijk grensoverschrijdend: studenten van de ene kant van het spoor denken plannen uit met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties aan de andere kant van de spoor.”
Meer weten?
Lees de electorale rede van Ingrid Janssen Verbeelden, verbinden, versterken.
Kom op 14 april naar het Jaarcongres Stedelijke Transformatie in Tilburg.
