Zo kom je tot integrale gebiedsontwikkeling met data en digital twins
Het is een voortdurende uitdaging in gebiedsontwikkeling: hoe kun je alle opgaven in samenhang meenemen in nieuwe plannen. Data en digital twins bieden daarvoor nieuwe mogelijkheden. De toepassingen daarvan maken een snelle ontwikkeling door. Toch liggen de uitdagingen niet zozeer op het technische, maar juist op het sociaal-organisatorische vlak.
Door Joost Zonneveld
In het kort
- Door data samen te brengen is het mogelijk om nieuwe ontwikkelingen en nieuw beleid in een samenhangend perspectief te plaatsen – digitale tools helpen snel veel informatie beschikbaar te hebben, om plannen integraler te maken en om risico’s te beperken, maar ook gemakkelijker stappen te zetten in het planningsproces.
- Met behulp van data kunnen verschillende keuzes in de lange termijnaanpak in kaart worden gebracht. Bovendien helpen data ‘om te rekenen en visualiseren’ in de planvorming.
- Het gaat hierbij niet om een technische, maar om een sociaal-organisatorische innovatie.
- Ambtenaren van de gemeente nog moeten leren werken met de nieuwe mogelijkheden. Dat vraagt een cultuurverandering binnen de gemeente.
- Een visual twin is in te zetten bij participatie met toekomstige bewoners en omwonenden.
- Standaardiseren is belangrijk, om ervoor te zorgen dat gemeenten landelijk dezelfde soort gebruiken.
Michiel Oomen, innovator integrale ruimtelijke planning bij de gemeente Eindhoven laat een kaart van de Lichtstad zien. ‘Iedere plek in de bestaande stad heeft een functie,’ zegt hij. ‘Maar in de komende decennia moeten er 40.000 woningen en 36.000 arbeidsplaatsen toegevoegd worden’. En dat niet alleen, we hebben ook grote uitdagingen als het gaat om mobiliteit, klimaat en energie. ‘Tegelijkertijd moet het stedelijke gebied ook leefbaar blijven’.
Oomen maakt duidelijk dat conventionele planningsmethoden niet meer voldoen voor de complexe opgave waar Eindhoven voor staat. ‘We moeten echt integraal werken en het sectorale overstijgen’. Hij doelt daarmee op afzonderlijke domeinen binnen de gemeente, die ook nog eens bestuurlijk samen moeten komen. Die opgave is zo complex geworden dat de huidige manier niet meer volstaat en een nieuwe, digitale ondersteunde manier van werken moet worden ontwikkeld.
In het programma Urban Planning Reimagined is Oomen met zijn collega’s bezig om met behulp van data die slag naar integrale planvorming mogelijk te maken. Door data samen te brengen is het mogelijk om nieuwe ontwikkelingen en nieuw beleid in een samenhangend perspectief te plaatsen. Zo wordt bijvoorbeeld duidelijk wat het toevoegen van een X-aantal woningen betekent in relatie tot groen, mobiliteit et cetera. ‘Data biedt ons de mogelijkheid om gevolgen van beleidskeuzes sneller, hoogwaardiger en efficiënter te laten zien. Bovendien kunnen we meer in co-creatie met stakeholders en bewoners doen’.
Van statisch naar dynamisch
Urban Planning Reimagined van Gemeente Eindhoven is – onder de noemer Integrale Stadsplanning – inmiddels op de landelijke agenda gekomen als één van de zes werklijnen binnen de Samenwerkingsagenda Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling (TBGO).
Daarbij maakt Oomen duidelijk dat het niet om een technische, maar om een sociaal-organisatorische innovatie gaat. ‘Het is niet de bedoeling dat systemen ontwikkelprocessen overnemen, maar dat ze ondersteunend zijn. Digitale tools helpen snel veel informatie beschikbaar te hebben, experts gaan daarmee aan de slag om vervolgens tot besluitvorming te komen’.
In ontwerpsessies heeft de inzet van data grote voordelen, zegt Oomen. ‘Het doorrekenen van plannen en de financiële risico’s daar uithalen, dat kan in de beoogde nieuwe manier van werken veel gemakkelijker. En dat heeft grote financiële voordelen als je bedenkt dat de faalkosten in de bouwsector omstreeks vijf procent van de omzet bedraagt’.
Digitale tools helpen om plannen integraler te maken en om risico’s te beperken, maar ook gemakkelijker stappen te zetten in het planningsproces. Met dat laatste doelt Oomen bijvoorbeeld op de stap tussen de abstractie van een omgevingsvisie en de uiteindelijke concrete planvorming. ‘Een omgevingsvisie is abstract, schetst een hoofdstructuur als het om mobiliteit en groen gaat, maar de vertaling naar concrete gebiedsontwikkeling is best groot. Met behulp van data kunnen we een tussenstap maken. Door te laten zien wat bijvoorbeeld vergroening of het belang van bereikbaarheid concreet betekent voor de stad als geheel’.
En daar kunnen we ook op gebiedsniveau in differentiëren, bijvoorbeeld door meer te verdichten rond vervoersknopen. De tools maken het mogelijk om verschillende varianten en de gevolgen daarvan te laten zien. ‘We willen van statisch naar dynamisch,’ zegt Oomen.
Eindhoven gaat de komende jaren aan de slag om integrale stadsontwikkeling op deze digitaal ondersteunde manier vorm te geven. Daarvoor wordt in het kader van het Rijksprogramma DMI verder gewerkt aan de methode met een register van indicatoren.
Cultuurverandering
Gemeente Breda werkt al langere tijd met data en digital twins voor uiteenlopende opgaven in de stad, zo maken Margriet Heessels en Marguarita van der Made duidelijk. Van beter inzicht in het gebruik van het fietsnetwerk in de stad voor de optimalisatie daarvan tot verschillende experimenten tijdens grote evenementen in de stad in het kader van crowd-management. En, ook voor gebiedsontwikkeling, zoals bij de grote gebiedsontwikkelingen het Chassékwartier en ‘t Zoet. Met behulp van data kunnen verschillende keuzes in de lange termijnaanpak in kaart gebracht worden. Bovendien helpen data ‘om te rekenen en visualiseren’ in de planvorming. Daarbij merken Heessels en Van der Made op dat ambtenaren van de gemeente nog moeten leren werken met de nieuwe mogelijkheden. Dat vraagt een cultuurverandering binnen de gemeente, wat nu een belangrijk onderdeel van hun aanpak is. Uiteindelijk wil de gemeente data en digital twins ook in participatietrajecten inzetten.
Dat is iets wat ontwikkelaar Tom Bakkers (Bakkers Hommen) en Stijn Kaiser (Urban Engine) al doen. In minder dan anderhalf jaar tijd hebben zij een visual twin ontwikkeld die zij inzetten bij participatie met toekomstige bewoners en omwonenden.
Bakkers is ook lid van de commissie digitalisering van de NEPROM en zag mogelijkheden om met een visual twin op realistischer wijze te laten zien hoe plannen er na realisatie uit komen te zien. ‘Tegenwoordig wordt op veel manieren geprobeerd om het planproces te versnellen. Dat hebben we in Eindhoven ook gedaan. Het gaat om een gebied in Brainport waar wij 700 woningen van ongeveer 50 vierkante meter realiseren, in een gebied waar innovatie en creativiteit centraal staan. BPD ontwikkelt daar ook, en we zijn de samenwerking aangegaan in het ontwikkelen van een visual twin, ook om de samenhang tussen beide plannen af te stemmen en te laten zien’.
Hommen gebruikt de visual twin in het gehele planvormingsproces, zegt hij. Om de samenhang met het project van BPD duidelijk te krijgen, maar ook intern voor studies over de volumes en woonsegmenten. En extern. ‘We hebben de visual twin aan de omgevingscommissie laten zien, die bezwaren had over de gevels die wij wilden maken. Het voordeel van deze tool is dat we die vrij snel kunnen aanpassen’.
Vervolgens is de visual twin gebruikt in het participatietraject. ‘We kunnen laten zien hoe schaduwwerking werkt op de woningen, maar ook wat het uitzicht is vanaf een specifiek balkon doordat we als het ware met een drone door het gebied kunnen vliegen,’ zegt Hommen. ‘Dan krijg je heel snel boven water waar knelpunten in het plan zitten en waar je kunt optimaliseren’. Hommen geeft aan dat er slechts vier zienswijzen zijn ingediend na de participatiebijeenkomsten. ‘En die hadden vooral betrekking op de gevolgen voor het verkeer en parkeren, niet op het plan an sich’.
Standaardiseren
Een sneller en integraler planproces, direct inzicht in de effecten van plannen. Data en digital/visual twins bieden veel mogelijkheden voor gerichter interventies. Het is daarvoor nodig om data goed in te kunnen zetten. Bovendien is het van belang om dezelfde soort data te gebruiken, zegt Hommen. Stijn Kaiser zegt dat verschillende databronnen (satelliet en BAG-data) input zijn voor de visual twin. En die data zijn heel specifiek. Hij laat zien dat bijvoorbeeld de bomen in de buurt van de gebiedsontwikkeling tot in detail in de systemen zijn vastgelegd; de exacte plek, het soort, de hoogte etc. ‘Beetje bij beetje krijgen we een volledig beeld van de stad,’ zegt Hommen. ‘Breda heeft zijn data op vergelijkbare wijze beschikbaar gesteld als Eindhoven, maar dat is nog niet de norm. Veel steden hebben hun eigen systemen en structuren. We moeten als sector voorkomen dat we voor iedere stad opnieuw het wiel moeten uitvinden, en dat vraagt om landelijke standaardisatie.’
Dit artikel is gebaseerd op onderdelen uit het programma van het negende Jaarcongres Stedelijke Transformatie, dat plaatsvond in de LocHal in de getransformeerde spoorzone in Tilburg en in het teken stond van grenzeloos samenwerken. Hoe doe je dat? En wat is daarvoor nodig? Op 13 april 2026 ging een diverse groep van ruim 400 professionals over dat thema met elkaar in gesprek.
