Banner stratenplan

Fysieke inspanningen voor sociale doelen

Bij nieuwbouw- en transformatieopgaven is de blik vaak gericht op fysieke ingrepen en aantallen halen. Sociale aspecten kunnen daardoor onderbelicht raken, terwijl ze juist de kern vormen van gebiedsontwikkeling: met de omgeving bijdragen aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Gelukkig wordt het belang van een volwaardige en vroegtijdige sociale inbreng steeds vaker erkend. Drie voorbeelden.

Door Michiel Smit

Do’s en don’ts voor win-wins:

  • Behandel fysiek en sociaal – zowel qua mensen aan tafel als qua agendapunten – gelijkwaardig vanaf de start
  • Werk nauw samen met bewoners en vertegenwoordigers van lokale netwerken
  • Stuur tussentijds bij aan de hand van praktijkinzichten
  • Denk aan de (beheer)periode na oplevering van een project
  • Ga methodisch te werk en werk met meetbare doelen om met alle partijen een gezondheidsprogramma uit te voeren
  • Kruip in de huid van de (toekomstige) bewoners en stem baseer daar de bouwplannen op
  • Weet wat er speelt in de buurt waar je actief bent

Voorbeeld 1 | Publicatie Fysiek volgt sociaal

Er staan veel nieuwbouwplannen op stapel voor de komende jaren. Tegelijkertijd spelen er grote sociale vraagstukken zoals vergrijzing, een gezonde levensstijl en vereenzaming. Het is de bedoeling dat die nieuwbouwplannen deze kwesties optimaal adresseren, volgend hieraan zijn. Met bouwplannen kun je sociale netwerken ondersteunen en ontmoeting en beweging stimuleren.

Die gedachte leefde op meerdere ministeries en was de aanleiding voor de publicatie van de handreiking Fysiek volgt sociaal. Deze gaat vooral in op de vraag hoe je dat organiseert, welke uitgangspunten je daarbij kunt hanteren. Er worden vijf pijlers gepresenteerd:

  • Pijler 1: fysiek en sociaal gelijkwaardig vanaf de start
    Dat geldt voor de partijen die aan tafel zitten en voor de onderwerpen die aan de orde komen.
  • Pijler 2: samenwerking en nabijheid tussen gemeente en buurt
    Zorg voor nauwe samenwerking met bewoners, wijkvertegenwoordigers en lokale netwerken, zodat sociale behoeften, kansen en spanningen vroegtijdig en realistisch worden meegenomen.
  • Pijler 3: het sociaal leven als vertrekpunt in ontwerp en programmering
    Vertaal sociaal-maatschappelijke opgaven expliciet en systematisch naar ruimtelijk ontwerp, programmering en voorzieningen, zodat de fysieke omgeving het sociale leven ondersteunt en versterkt.
  • Pijler 4: tussentijdse ingrepen om samen te ontdekken
    Creëer ruimte om sociaal-maatschappelijke ambities in de praktijk te testen, te leren van gebruik en beleving en op basis daarvan ontwerp, programmering en organisatie bij te sturen.
  • Pijler 5: gebiedsontwikkeling eindigt niet na de oplevering
    Borg sociaal-maatschappelijke kwaliteit na oplevering door langjarig beheer en eigenaarschap mede te organiseren zodat gemeenschappen zich duurzaam kunnen ontwikkelen.

De publicatie en het model met de vijf pijlers zijn vooral bedoeld om het gesprek aan te gaan met mensen die bij bouwprocessen betrokken zijn, op welke manier dan ook. Fysiek volgt sociaal is overigens meer dan een handreiking: het gaat als gedachte of beweging door. Zo is er inmiddels ook een essaybundel uitgebracht onder de titel Fysiek volgt sociaal; Negen visies op de leefomgevingen van morgen. De handreiking en de essaybundel zijn kosteloos te downloaden via www.ruimtelijkordening.nl.

Fysiek volgt sociaal
Cover van de handreiking Fysiek volgt sociaal

Voorbeeld 2 | Omgevingsprogramma Gezonde Leefomgeving Eindhoven

Sociale opgaven doen zich in alle gemeenten voor, zo ook in Eindhoven. Het aantal ongezonde levensjaren neemt toe met een grotere zorgvraag tot gevolg, gezondheidsverschillen tussen wijken worden groter, eenzaamheid is een groeiend probleem. Dat mag, in combinatie met de forse bouwopgave (40.000 woningen erbij tot 2040), gerust een uitdaging worden genoemd. Anderzijds: het biedt ook de kans om zaken grondig aan te pakken. Met het Omgevingsprogramma Gezonde Leefomgeving 2026-2035 wil de gemeente Eindhoven daar uitdrukking aan geven. En een basis verschaffen voor de broodnodige samenwerking tussen de partijen die aan de lat staan voor deze opgaven, zoals woningcorporaties en zorgverzekeraars.

Drie doelen, acht indicatoren

Opvallend aan het programma, dat qua planvorm is aangehaakt op de Omgevingswet, is de methodische aanpak. Op grond van een uitgebreide dialoog zijn drie doelen geformuleerd:

  • Drie gezonde levensjaren erbij per inwoner
  • Twintig procent minder gezondheidsverschillen tussen wijken
  • Gezondheid structureel verankerd in iedere stedelijke ontwikkeling (zoals de Omgevingswet overigens ook voorschrijft)

De drie doelen worden operationeel gemaakt en gekwantificeerd (op een schaal van 0 tot 1) aan de hand van acht indicatoren: verdichting, luchtkwaliteit en geluid, afstand tot groen, afstand tot voorzieningen, stress, eenzaamheid, ervaren gezondheid, SES-WOA-score (Sociaal-Economische Status – Welvaart – Opleidingsniveau – Arbeidsverleden). Deze indicatoren worden toegepast op gebieden in de stad en voorzien van een score van 0 tot 8, waarbij 8 aangeeft dat de meeste gezondheidswinst is te halen, ofwel er is veel aan de hand. De gemeente is daartoe opgedeeld in 3.620 zeshoekige eenheden: groot genoeg om ruimtelijke samenhang te zien en klein genoeg om heel lokaal te kunnen kijken en eventueel actie te ondernemen.

Steeds scherper beeld

Met deze methode kan de gemeente goed en nauwkeurig zien waar gezondheidswinst te behalen is en welk pakket aan maatregelen op die plek geëigend is, welke mensen, afdelingen en organisaties een rol hebben te spelen om verschil te maken. De methode wordt momenteel verder ontwikkeld; zo worden er nog manieren onderzocht om beter en gerichter gezondheidsimpact te kunnen meten.

Voorbeeld 3 | Sociale inbreng bij een ontwikkelaar

‘Wij gaan voor wijken en steden waarin iedereen wil én kan wonen. Betaalbare, gezonde, duurzame buurten, waar je allerlei mensen ontmoet en vernieuwende initiatieven kunt starten.’ Het is te lezen op de website van projectontwikkelaar VORM. Een mooi en logisch streven voor een ontwikkelaar. Dat vind ook Siobhan Burger, directeur Sociale Impact & Duurzaamheid bij het bedrijf. Maar om daar te komen is volgens haar nog wel wat werk te doen, ook bij VORM. Gebiedsontwikkeling begint wat haar betreft te veel als een fysieke exercitie – spelen met steentjes zeg maar. Echt denken vanuit behoeften van bewoners gebeurt niet, onvoldoende of te laat. Hoe gaan mensen straks samenleven in dit gebied, hoe ziet de sociale structuur eruit? Hoe zorg je dat ook mensen die niet voor deze buurt kozen – zo’n dertig procent van de nieuwe bewoners – zich straks ook thuis voelen? Wat betekent ‘een betaalbare woning’ voor een individu? Deze vragen moeten leidend zijn en dus aan het begin van het proces gesteld worden.

Langdurig impact maken

Siobhan ervaart het soms als missiewerk om ontwikkelaars deze sociale blik bij te brengen. Ze organiseert daartoe sessies waarbij bestaande kennis en inzichten over het ontwikkelvak los worden gelaten; de deelnemers worden ‘bewust onbekwaam’ gemaakt. En van daaruit kunnen ze nieuwe grondhouding aannemen, verkennend, met lokale sleutelfiguren als gids. Zij weten wat de buurt nodig heeft, waar de sociale energie zit en hoe je die kunt aanboren. Kom met ze in contact, ga met ze op pad, laat je achter voordeuren meevoeren, praat met mensen. En kom er zo achter hoe je langdurig en wezenlijk impact kunt maken, met sociale structuren als leidend principe. Je kunt het tot uitdrukking brengen in een ‘socialekwaliteitsplan’, als variant op het bekende beeldkwaliteitsplan. Zó maak je betaalbare, gezonde en duurzame buurten.

Dit artikel is gebaseerd op onderdelen uit het programma van het negende Jaarcongres Stedelijke Transformatie, dat plaatsvond in de LocHal in de getransformeerde spoorzone in Tilburg en in het teken stond van grenzeloos samenwerken. Hoe doe je dat? En wat is daarvoor nodig? Op 13 april 2026 ging een diverse groep van ruim 400 professionals over dat thema met elkaar in gesprek.