Banner stratenplan

Minder auto’s in de wijk, meer ruimte voor woningbouw

Mobiliteitshubs spelen een cruciale rol bij het versnellen van de woningbouw. Door deelmobiliteit en openbaar vervoer te bundelen, is er minder behoefte aan privé-autobezit en grote parkeerterreinen. Dit bespaart veel ruimte in en rond woonwijken, waardoor ontwikkelaars meer woningen kunnen bouwen op dezelfde oppervlakte.

Door Ron Hendriks

De nieuwe mobiliteitshub in Pijnacker trekt landelijke aandacht. Het innovatieve project geldt als een showcase voor de toekomst van mobiliteit. De hub, onderdeel van een grootschalige binnenstedelijke gebiedsontwikkeling, fungeert als een collectieve bewonersgarage én als P+R terrein voor het naastgelegen metrostation Pijnacker-Zuid. Er worden deelauto’s en -scooters verhuurd en er zijn ruime fietsparkeervoorzieningen. Ook biedt de multifunctionele ‘smart dock’ ruimte aan een koffiebar, pakketservice en laadpalen. Het dak fungeert als sport- en recreatiedek, waardoor het een centrale ontmoetingsplek is voor jong en oud. Ontwikkelaars en stedenbouwkundigen prijzen de hub omdat deze auto's uit het straatbeeld haalt.

Kostbare ruimte

Het weren van auto’s uit het straatbeeld is uitgegroeid tot een van de belangrijkste doelstellingen bij binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen. Stedenbouwers willen de heilige koe zoveel mogelijk uit nieuwbouwwijken verdrijven. Binnenstedelijke projecten kampen vaak met extreme verdichting. Auto’s en geparkeerde voertuigen nemen dan onevenredig veel kostbare ruimte in beslag. Door de auto te weren of te clusteren in mobiliteitshubs, komt er ruimte vrij voor groen, ontmoetingsplekken, woningbouw en klimaatadaptatie.

Toegankelijke overstappunten

Ontwikkelaars en gemeenten sturen met de hubs steeds vaker op de combinatie van openbaar vervoer en de inzet van elektrische deelauto’s. Hierdoor kunnen parkeernormen omlaag, wat de bouw van betaalbare woningen in binnenstedelijke gebieden financieel haalbaarder maakt. De Rijksoverheid stimuleert de ontwikkeling van de hubs vanuit het landelijk samenwerkingsprogramma Mobiliteitshubs. Dit programma is nauw verbonden met de ambitie om grootschalige woningbouw bereikbaar te maken en richt zich op het ontwikkelen van kennis, beleid en samenwerking met en tussen gemeenten die deze knooppunten in gebiedsontwikkelingen realiseren. Het Rijk stelt honderden miljoenen euro’s beschikbaar aan tientallen gemeenten om de bereikbaarheid van nieuwbouwlocaties te garanderen via onder andere deze hubs.

Struikelblokken

Op dit moment staat de ontwikkeling van de hubs nog in de kinderschoenen. “Binnen het programma Mobiliteitshubs zijn we nu met 45 gemeenten het wiel aan het uitvinden”, vertelt Anna Bootsma, expert digitale hubs en één van de kartrekkers van het programma. Er worden best practices en resultaten uitgewisseld over het opzetten van hubs en daarbij komen ook de struikelblokken aan bod. Vaak blijkt het complex om een mobiliteitshub van de grond te krijgen, zo leert de praktijk.

Z52 9062-bewerkt
Foto: Alex Schröder

Parkeertarieven herzien

Bootsma: “Gemeenten moeten hun parkeertarieven herzien om het gebruik van een mobiliteitshub effectief te sturen. Door parkeren in de hub niet duurder te maken dan op straat of in centrumgarages, en door betaald parkeren in omliggende wijken in te voeren, wordt deelmobiliteit en overstappen financieel aantrekkelijk. Dit voorkomt dat de hub leeg blijft en vermindert parkeeroverlast. Vaak echter hebben gemeenten hun parkeerbeleid niet op orde, vanwege de politieke discussie die dat oplevert. Het is een heel gevoelig onderwerp. Parkeerbeleid raakt mensen in de kern van hun bestaan. Het recht om een auto voor de deur te hebben staan is iets heel persoonlijks.”

Ingewikkelde kwestie

Ook de financiering blijkt vaak een ingewikkelde kwestie. Een mobiliteitshub bespaard veel ruimte in een ontwikkeling, en daarmee kosten. Tegelijkertijd is de voorziening zelf een behoorlijke investering. Dit uit zich vooral in de onrendabele top in de exploitatie. “Alleen al de financiering van het parkeren en andere mobiliteitsvoorzieningen is al complex. En dan komen extra voorzieningen en faciliteiten al snel onder druk te staan. Zeker als die normaal gesproken gefinancierd worden vanuit een ander domein binnen een gemeente”, aldus Bootsma.

Grip verliezen

Een ander lastig vraagstuk dat altijd op tafel komt is het eigendom en beheer van de mobiliteitshub. “Een goede hub is niet klaar als het gebouw er staat. Juist in de fase erna is eigenaarschap nodig, en zal de hub zich telkens moeten aanpassen aan een veranderende omgeving en mobiliteitsvoorkeuren.” Het kan een overweging zijn om dit eigenaarschap bij een private partij te beleggen. “Als gemeenten die keuze maken, moeten zij zich wel realiseren dat zij het risico lopen de grip te verliezen, tenzij dit contractueel en juridisch hard wordt dichtgetimmerd.”

Het Rijk en regionale overheden hebben een meerjarig Landelijk Samenwerkingsprogramma Mobiliteitshubs. Dit programma biedt een schat aan richtlijnen, handelingskaders en tips rondom de fasering, inrichting en exploitatie van mobiliteitshubs.
De belangrijkste documenten en richtlijnen zijn te vinden op diverse kennis- en netwerkplatforms:

  • Mobiliteitshubs.nl: Het centrale kennisplatform met specifieke richtlijnen voor de planning, het ontwerp en beheer van een hub.
  • De CROW Kennisbank biedt specifieke richtlijnen zoals de Leidraad toegankelijkheid en Parkeren en stallen die direct relevant zijn voor de inrichting.
  • Rijkswaterstaat: Biedt praktische factsheets met randvoorwaarden voor succes en effectrapportages per mobiliteitsvorm.
  • Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata: Biedt handvatten over de digitale ontsluiting en vindbaarheid van de hub en deelmobiliteit.
  • Natuurlijkdeelmobiliteit.nl: een kennisplatform met producten, voorbeelden en netwerken die overheden helpen om deelmobiliteit succesvol onderdeel te maken van duurzame en bereikbare steden en dorpen.

Dit artikel is gebaseerd op onderdelen uit het programma van het negende Jaarcongres Stedelijke Transformatie, dat plaatsvond in de LocHal in de getransformeerde spoorzone in Tilburg en in het teken stond van grenzeloos samenwerken. Hoe doe je dat? En wat is daarvoor nodig? Op 13 april 2026 ging een diverse groep van ruim 400 professionals over dat thema met elkaar in gesprek.