Grenzeloos samenwerken inspireert en loont

Transformatieopgaven worden steeds complexer. Steeds meer aspecten vragen om aandacht, zoals netcongestie, stikstof, klimaatadaptatie, financiering en bereikbaarheid. Dat vraagt om keuzes voor de korte en lange termijn; om ontwikkelingen sneller te laten verlopen en om tot toekomstbestendige ontwikkelingen te komen. Voor effectieve aanpakken en resultaten is niet alleen lef en doorzettingsvermogen nodig, maar ook samenwerking over grenzen heen: van partijen, domeinen en financiën. Maar hoe werk je ‘grenzeloos samen’? Dit artikel deelt de ideeën die daarover zijn uitgewisseld tijdens het negende Jaarcongres Stedelijke Transformatie.

Door Joost Zonneveld

Vertrouwen tussen publieke en private partijen

Publiek en privaat hebben elkaar nodig om tot succesvolle gebiedsontwikkeling te komen. Vertrouwen is daarbij essentieel, laat Marieke Mentink, CEO van bouwbedrijf Plegt-Vos weten. Ze reageert op het essay Samenwerken aan vertrouwen in gebiedstransformaties, dat tijdens het jaarcongres is gepresenteerd. Het essay biedt volgens haar concrete handvatten om met elkaar samen te werken. ‘De basis daarvoor is een duidelijk idee aan de start van een project waar we heen willen, mandaat en doorgaan als het moeilijk wordt. Want iedere gebiedsontwikkeling kent moeilijke momenten en dan komt het er op aan dat publieke en private partijen die problemen constructief oplossen. Daarvoor heb je vertrouwen in elkaar nodig.’

Bas van de Pol, wethouder stedelijke ontwikkeling van Tilburg, voegt daaraan toe dat ook de samenwerking tussen publieke partijen aandacht vraagt. ‘Uiteindelijk hangt het succes van een ontwikkeling natuurlijk af van de samenwerking met alle partijen in een gebied. Maar de publiek-publieke samenwerking hoort daar nadrukkelijk bij. Voor ons als gemeente hebben wij de provincie en het Rijk zowel financieel als in de uitvoering nodig.’

Samenwerking provincie met twaalf stedelijke gebieden

Provincie Noord-Brabant heeft daarbij een bijzondere positie ingenomen, vertelt gedeputeerde Stijn Smeulders. ‘De wettelijke taken van provincies richten zich vooral op het landelijke gebied, maar negen jaar geleden hebben we besloten om een groot programma op te zetten om gemeenten te helpen in stedelijke gebiedsontwikkeling’. Hij noemt de middelgrote gemeente Waalwijk waar een gezamenlijk projectteam plannen heeft gemaakt voor de transformatie van een winkelcentrum. Door leningen en capaciteit ter beschikking te stellen komen zo volgens Smeulders in twaalf stedelijke gebieden in de provincie de nodige doorbraken in gebiedsontwikkeling tot stand. Zo werken provincie en gemeenten over de grenzen van hun verantwoordelijkheden samen aan het realiseren van gebiedstransformaties.

Grensvaardig samenwerken tussen domeinen

Grenzeloos samenwerken betekent voor Ingrid Janssen, lector duurzame gebouwde omgeving aan de Avans Hogeschool, vooral dat we ons bewust moeten zijn van de grenzen die er zijn en daar mee om moeten leren gaan. Zij munt daarom de term ‘grensvaardig samenwerken’. Daarbij legt zij de nadruk op het inzicht dat samenwerking over grenzen heen tot meerwaarde kan leiden.

Aan de hand van uitgevoerde gebiedstransformaties in Brabantse steden laat zij zien dat die vaardigheid niet vanzelfsprekend is. Het ontbreekt gebieden nogal eens aan economische en sociale levendigheid. Daarom is het nodig om, zeker met de enorme opgave in Brabant waar 13.000 woningen in bestaand stedelijk gebied moeten worden toegevoegd, verschillende domeinen ‘voor elkaar te laten werken’. ‘De opgave om te verdichten en te verduurzamen zal vooral landen in wijken waar veel kwetsbare bewoners leven. Het is zaak om de woondeals écht te verbinden met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. De kern van stedelijke transformatie is het versterken van economische, ecologische en sociale infra. Door samenhang,’ zegt Janssen.

2026 ArjenHooij April P31 Tilburg-100106
Spreker Ingrid Janssen tijdens het Jaarcongres Stedelijke Transformatie op 13 april (foto: Arjen Hooij)

En dat kan volgens Janssen ook. Daarbij vraagt zij aandacht voor drie typen grenzen en hoe die grensvaardig overstegen kunnen worden. Ten eerste op het vlak van disciplines. Ze noemt daarbij het voorbeeld van Tilburg Noord waar publieke en private partijen samen een wijkfonds hebben opgericht dat bedoeld is om bewoners te ondersteunen. Ten tweede heel concreet op het niveau van percelen. ‘Door letterlijk over grenzen heen samen te werken aan de verduurzamingsopgave bijvoorbeeld, is het mogelijk om samen veel meer te bereiken dan ieder op zijn eigen plot alleen’. Gebiedsontwikkeling Tramkade in Den Bosch is volgens haar een mooi voorbeeld hoe koppelkansen worden benut door het monumentale vastgoed te verduurzamen. En ten derde vraagt Janssen aandacht voor de leefwereld. ‘Laten we de wijk of buurt gaan zien als kraamkamer van innovatie. Geef ruimte aan initiatieven, en denk niet vanuit het systeem,’ is haar oproep. Daarbij noemt zij voorbeelden waarbij niet de formele eisen het uitgangspunt moeten zijn, maar de opgave die we met elkaar hebben. Als voorbeelden noemt ze het ondoordacht plaatsen van vogelkastjes terwijl de opgave om de biodiversiteit te verbeteren voorop moet staan. Of samenwerking met bewoners die graag hun straat willen vergroenen. Co-creatie is volgens Janssen hoe dan ook van belang. Zij pleit ervoor eerst de positie van bewoners te versterken om vervolgens samen te versnellen in de verstedelijkingsopgave waar ook Noord-Brabant voor staat.

Samenhangende transformatie: inspiratie uit Antwerpen

Hoe wordt in het buitenland naar stedelijke transformatie gekeken? Patrick Janssens, schepen (wethouder) van Antwerpen maakt duidelijk dat stedelijke vernieuwing ook in Vlaanderen een lange adem vraagt. In de havenstad heeft in de afgelopen decennia, net als in andere westerse steden een transformatie plaatsgevonden van een industriële naar een diensteneconomie. In de nasleep daarvan zijn spoorzones en havenfront herontwikkeld.

Daarbij is met name de markt aan zet, en neemt de overheid gericht regie als het gaat om herontwikkeling van deelgebieden om kwalitatief goede openbare ruimte aan de stad toe te voegen. Bovendien zet de Vlaamse gemeente in op minder autoverkeer in de stad, terwijl plannen voor een betere ontsluiting rond de binnenstad tot bewonersprotest en een referendum heeft geleid. Uiteindelijk is zo’n tien jaar geleden een neutrale intendant aangezocht om de patstelling te doorbreken door zowel overheid als bewoners mee te krijgen in een gezamenlijk, co-creatief proces. Daarbij zijn vier principes leidend geweest: neutrale expertise, radicale co-creatie, doorbreken van taboes en samenwerken als gedeelde ambitie.

Volgens Janssens hebben die principes geholpen om plannen te maken met een breed draagvlak waarbij de ringweg wel rond gemaakt wordt, de weg op zeven plekken ondertunneld wordt met in totaal 30 hectare park daar bovenop. Daardoor ontstaan ook mogelijkheden voor 6.000 woningen, ruimte voor bedrijven en voorzieningen. Bovendien is afgesproken dat geïnvesteerd wordt in de modal shift door fietsen en wandelen te stimuleren. Hoewel er een stevig prijskaartje van 10 miljard euro aan dit breed gesteunde plan hangt, heeft deze aanpak waarbij over de grenzen van het eigen belang is gekeken, geleid tot een samenhangend plan.

Wil je je verder verdiepen in dit onderwerp?

Dit artikel is gebaseerd op het plenaire programma van het negende Jaarcongres Stedelijke Transformatie, dat plaatsvond in de LocHal in de getransformeerde spoorzone in Tilburg en in het teken stond van grenzeloos samenwerken. Hoe doe je dat? En wat is daarvoor nodig? Op 13 april 2026 ging een diverse groep van ruim 400 professionals over dat thema met elkaar in gesprek.